De
radiogolven worden opgevangen door kleine piramidevormige antennes
van enkele meters hoog.
In totaal gaat het om ongeveer 25.000 antennes. Deze
worden verdeeld over een groot centraal gebied en ongeveer honderd
stations. De diameter van het gebied waarover alle stations verdeeld
worden bedraagt ongeveer 350 km.
Alle stations worden aan elkaar gekoppeld door een geavanceerd en
supersnel glasvezelnetwerk. De ontwikkeling van dit net werk en
de digitale rekenmethodes hebben een zeer innovatief karakter en
zijn onder ander ook van belang voor de ICT. Daarnaast kan een groot
gebied aangesloten worden op het glasvezelnetwerk dan natuurlijk
ook voor internetgebruik toepasbaar is.
De door de antennes opgevangen signalen worden eerst
lokaal bij de stations verwerkt, waarna ze over een glasvezelnetwerk
gestuurd worden naar een centrale plek waar de supercomputer de
gegevens verder verwerkt. De supercomputer staat via het internet
in verbinding met sterrenkundigen, waar ook ter wereld, die de voortgang
van hun waarnemingen direct kunnen volgen. En ook de eindproducten
zullen via het internet de gebruikers bereiken.
De
foto laat een ADC-test board zien. De ADC wordt gebruikt om een
analoog signaal afkomstig van de antenne om te zetten naar een digitaal
signaal geschikt voor een computer (digitale verwerkings eenheid).
Dit wordt gedaan door 200.000.000 keer per seconde het antenne signaal
onder te verdelen in 4096 niveaus. Deze niveaus worden als waarde
doorgegeven aan de computer. Dit testboard is gebruikt om de kwaliteit
van de omzetting te controleren voor LOFAR. Het board is door ASTRON
ontwikkeld en getest. Voor het uiteindelijke LOFAR zullen deze componenten
samen met de ontvanger gecombineerd worden op een board. Elke antenne
krijgt zo'n board.
Terug
@
Webmaster |